Uit ‘Het leven van … Irene Eijgendaal: gouden momenten'
Het is gewoon een mooi vak: dyslexiebehandelaar. Elke dag ontdek ik nieuwe dingen in mijn werk die mij raken en energie geven: wat zijn er veel ‘gouden momenten’. En wat is het leuk om daarover te vertellen.
Duim omhoog
Zo was er een jongen die het duidelijk niet eens was met zijn moeder als het ging over het huiswerk dat hij moest maken voor de dyslexiebehandeling. Zijn moeder werd fanatieker en hij ging steeds meer balen. Tja, en dan moest hij ook nog werken volgens het stappenplan. Een methode om hardop te denken, waardoor het in een vroeg stadium mogelijk is om in te grijpen. Hij vertikte het en wilde dat thuis niet meer doen.
Opeens werd het me duidelijk. Als deze jongen zijn moeder de mond wilde snoeren moest hij juist wel gaan praten, dus hij moest het stappenplan juist wel gaan gebruiken. Ik trok zijn aandacht en vertelde dat ik een idee had om zijn moeder minder te laten praten. Als hij praat dan moet zijn moeder haar mond wel houden was het idee. We moesten allebei een beetje lachen en terwijl hij mij aankeek zag ik de duim van moeder omhoog gaan. Ze kon er flink om lachen. We oefenden het gebruik van het stappenplan en voor het eerst was hij echt gemotiveerd. En de weken daarna? Zijn huiswerk was prima gemaakt, maar vooral zonder strijd met zijn moeder. Heerlijk, want het is zo belangrijk om zonder strijd te oefenen en om het gezellig te houden.
Ik ben er klaar mee
Een meisje was eigenlijk helemaal klaar met oefenen. Ze had er geen zin meer in en wilde eigenlijk stoppen. Waar was het enthousiaste en gemotiveerde meisje gebleven? Toen we net begonnen waren wilde ze niet dat ik de behandelingen op de gebruikelijke tijd afrondde, maar nu was het zelfs vervelend voor haar als ik haar uit de klas haalde.
Het oefenen thuis werd minder en moeder leek het ook op te geven. Misschien moeten we dan echt eerder stoppen was het idee. Na een goed gesprek op school was het duidelijk dat we wel door moesten zetten. Het was thuis nog steeds lastig, maar een goed gesprek met moeder deed wonderen. Er werd weer geoefend. Langzaam maar zeker werden er weer stappen gezet. Er werd zelfs meer gelezen thuis. En …. er was weer een glimlach toen ik op school verscheen.
Eindelijk was het zover, we mochten afsluiten! Wat was het mooi om te zien hoe goed dit meisje gegroeid was op het gebied van spelling. Ze dacht na, kende de regels en kon ze toepassen. Ook het lezen was flink gegroeid, maar ze vertelde me dat ze wilde blijven lezen. Ze was het weer leuk gaan vinden en wilde nog beter worden. Toen we klaar waren werd er een vreugdedansje gedaan. De meester moest lachen. Succes met deze leerling zei ik met een knipoog.
Een vriendje meenemen
Een jongen wilde die een vriendje meenemen. Leuk, want dan kun je laten zien wat je oefent. Ook zo leuk dat je dan kan laten zien dat er heel hard gewerkt wordt. Het was erg gezellig, dus beide jongens waren enthousiast. Gelukkig vond de leerkracht het niet zo heel erg. Er zijn er wel meer een beetje druk vandaag zei ze toen ik de twee stuiterend weer naar de klas stuurde.
De aap uit de mouw
Het laatste voorbeeld gaat over een jongen die altijd vol enthousiasme werkte. Hij was gemotiveerd en stelde goede vragen, maar ik raakte hem steeds meer kwijt. Het leven buiten de ruimte waar de dyslexiebehandeling gegeven werd trok hem steeds meer. Hij was enorm vooruit gegaan en op school was er op alle gebieden een duidelijke groei te zien op de CITO-scores. Tijd om te stoppen, want het was goed. Tijdens de eindtoets werd hij boos. We hadden een discussie over een woord. Ik dacht dat hij het goed geschreven had, maar hij vond van niet. Er kwamen tranen en de aap kwam uit de mouw: hij wilde de gezelligheid niet missen. U snapt het: deze momenten zou ik voor geen goud willen missen.