Angst en internet
‘Nederlanders vinden het steeds normaler om online op zoek te gaan naar informatie als ze ziek zijn of klachten hebben’, blijkt uit recent onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Maar wat vind je daar, hoe betrouwbaar is de informatie en wat kun je ermee? En zijn er verschillen als het gaat om lichamelijke en geestelijke klachten (zoals angstig)? En hoe pak je dit aan bij kinderen?
Online informatie
In 2018 zocht 67 procent van de Nederlanders boven de twaalf jaar online naar informatie over ziektes, voeding en beweging. Sommige zijn betrouwbaar. Er zijn echter ook volop sites en fora waarop mensen informatie delen die niet altijd klopt. Hardnekkige misverstanden worden zo volop gedeeld en ook heftige diagnoses voor kleine kwalen blijven op die manier rondzingen. Om de juiste informatie te vinden, zijn dit bruikbare tips:
- Kijk wie de maker van de website is of wat de bron van de informatie is
- Vergelijk meerdere sites om te zien of de informatie overeenkomt
- Bezoek sites van officiële organisaties of instellingen
- Raadpleeg de arts, psycholoog of behandelaar bij twijfels of vragen
Lichamelijke en/of geestelijke klachten
Bij lichamelijke klachten is de weg vaak bekend 'internet – telefonisch contact – bezoek huisarts – apotheek'. De huisarts is immers diegene die een briefje richting apotheek uitschrijft. Maar hoe zit dat bij geestelijke klachten. Hier zijn de 'routes' minder duidelijk. En dus gaan ouders en jongeren kijken op internet. Tips en adviezen over hoe om te gaan met mijn angst om niet aardig gevonden te worden en gewoon mezelf te zijn, dat kan ik wel op internet vinden … toch?
De proef op de som: angst
Wanneer je angststoornis online invoert, krijg je de resultaten keurig op een rij in beeld: de eerste ‘hits’ bevatten een aantal tests om jezelf van een label te voorzien. Ook vind je een aantal online therapieën om jezelf weer van het label te ontdoen. Wauw! All you need is Google. Nu heeft de gemiddelde 'googelaar' moeite om inhoudelijk het kaf van het koren te scheiden. Laat staan dat zij op basis van internet een diagnose en behandeling kunnen selecteren. Of de zwaarte/aard van de klachten goed kunnen inschatten. Maar waar kun je dan voor hulp terecht? Een psycholoog klinkt voor veel mensen erg zwaar, maar welke smaken zijn er nog meer dan? Weinig ouders weten de weg in de zorg.
School als vindplaats
Angststoornissen komen bij meer dan 10% van de kinderen voor. Dat betekent dat er in een gemiddelde klas minimaal 3 kinderen met een angststoornis zitten. Internet en vooral ook het contact met de leerkracht en ib'er spelen natuurlijk een belangrijke rol (mits je weet waar je moet zoeken, zie alinea 'online informatie') bij de signalering. School is een belangrijke vindplaats: hier worden kinderen gezien. Ook de angstige kinderen. Veel scholen schakelen IJsselgroep in voor onderzoek, behandeling en/of begeleiding. Soms om samen met een kind (en de ouders /school) de uitdagingen aan te gaan. Soms om kort preventief aan de slag te gaan om mogelijke problemen te voorkomen.
Cognitieve gedragstherapie
Met cognitieve gedragstherapie zijn angstklachten goed te behandelen: het is een bewezen effectief. Niet vanaf het scherm, maar gewoon met mensen. Door te oefenen. Met oog voor talent en focus op groei. Met aandacht voor krachten in plaats van klachten. Samen oefenen. Samen lachen. En daarvan leren. Zonder Google.
Meer informatie
Wilt u meer weten over angstklachten en mogelijke oplossingsrichtingen voor kinderen en jongeren? Neem dan contact met ons op via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Bronvermelding: de cijfers zijn uit een artikel van NU.nl (Meike Bergwerff), 30 januari 2019,
https://www.nu.nl/gezondheid/5704884/wie-googelt-op-moeheid-komt-al-snel-op-kanker-of-lyme.html